Vorige week verklaarde Gertjan Verbeek in een interview dat de inspanningsfysioloog Raymond Verheijen “een ramp voor het Nederlandse voetbal” is. Volgens Verbeek is zijn trainingsmethode een kunstje dat alle voetballers over één kam scheert en doorslaat in de arbeid-rust verhouding. Is dat zo en heeft Verbeek gelijk? Of werkt meer en harder trainen alleen maar overbelasting en blessures in de hand zoals Verheijen beweert? Onze bewegingswetenschapper Luuk zoekt het uit!

Ajax
Een recent verschenen proefschrift van Tom Stevens – sportwetenschapper bij Ajax – heeft de trainingsbelasting (ook wel training load) en verdeling van deze belasting over de dagen van de week van het eerste elftal bestudeerd. Naast ‘totaal afgelegde afstand’ keek hij onder andere ook naar het ‘aantal meters rennen’ (14,4 – 19,8 km⋅h) en ‘meters sprint’ (>19,8km⋅h). Hij toonde aan dat op dagen dichter bij de wedstrijddag, de load lager was. Dit was gelijk aan andere professionele voetbalclubs in Europa en is volkomen logisch omdat spelers op de wedstrijddag fit moeten zijn. De totale afstanden op diverse snelheden bleken niet zoveel te verschillen, wel vonden ze een duidelijk verschil in de tijd dat boven 90% van de maximale hartslag werd gepresteerd in de drie dagen voor de wedstrijd. Deze bleek fors lager bij Ajax dan bij buitenlandse clubs. Tijdens wedstrijden legden spelers van Ajax 10,9 kilometer af, wat vergelijkbaar is met topniveau wedstrijden in Europa en Australië (range 10,0 – 11,3 kilometer). Dit blijkt een stuk lager dan de 12 kilometer welke Verbeeks oude club zou afleggen. Ook in vergelijking met de Serie A kwamen gegevens voor de energiekosten van Ajax-spelers overeen, alleen de afgelegde afstand op hoge snelheid bleek iets lager.

Overbelasting of onderbelasting?
Hoewel er geen informatie van andere Nederlandse clubs beschikbaar is, lijkt het bovenstaande vanuit Ajax alleen op de intensiteit richting maximale hartslag flink te verschillen. Het aantal meters in trainingen en wedstrijden waar Verbeek over spreekt valt hieruit niet te herleiden, het punt dat Verbeek maakt is wel herkenbaar vanuit recente ontwikkelingen binnen de sportwetenschappen. Zo publiceerde Tim Gabbett diverse artikelen waarin hij de relatie tussen training load, prestatie en blessures uitdiept (Gabbett, 2015). Hieruit blijkt dat het verhogen van deze load– trainingvolume, -intensiteit en -frequentie – resulteert in een toegenomen prestatievermogen en afgenomen kans op blessures. Blessures ontstaan door overbelasting, maar ook door onderbelasting. Het idee is simpel: een voetballer die beter getraind is, rent sneller, sprint hoger en kan meer aan. De eisen van een wedstrijd zullen minder zwaar zijn voor de sporter. Tegenwoordig zit het gevaar dus niet alleen in te veel trainen, maar ook in te weinig trainen.

Conclusie
Als we deze inzichten over het Nederlands voetbal leggen, moeten we misschien niet kijken of ‘onze’ data vergelijkbaar zijn, maar moeten we fysiek fitter worden dan de concurrenten. Sneller, sterker, harder. Dit betekent niet volgende week direct 2x zoveel gaan doen, maar een aanpak waarin gestreefd wordt naar een uiteindelijke hoge chronische load op lange termijn. In aanvulling op Verbeek, krijgt Verheijen al langer commentaar vanuit andere trainers en voetballers, onder andere Ronald Koeman gaf aan dat in Engeland voetballers op alle leeftijden veel harder moeten trainen. Ook de woorden van Hans van Breukelen sluiten mooi aan: “het voetbal heeft zich verder ontwikkeld. Zijn (Verheijen) methode is niet de heilige graal”.

Het enige wat we voor het gemak nu even vergeten, is dat prestaties in het voetbal niet alleen door fysieke fitheid worden veroorzaakt. Techniek, tactiek, communicatie en mentale kwaliteiten zijn net zo belangrijk voor een individuele voetballer, als de hele teamdynamiek. Simpelweg meters maken op het voetbalveld is dus niet de oplossing. Alle aspecten van een wedstrijd moeten worden getraind én dat op de intensiteit van een wedstrijd. Misschien dat harder trainen een verkeerde verwachting schept en moeten we spreken over slimmer trainen. Dit verwoordt namelijk dat het meer is dan van 16 naar 16 rennen…

Bronnen
Gabbett, T. (2015). The training – injury paradox: should athletes be training smarter and harder?
Stevens, T.G.A. (2017). External load during football training, the power of acceleration and deceleration, pp. 39-54.
Ten Voorde, L. (2017). ‘Verheijen is ramp voor Nederlands voetbal’. Geraadpleegd op 10 december 2017 van https://www.ad.nl/nederlands-voetbal/verheijen-is-ramp-voor-nederlandse-voetbal~a0d42df4/
Vissers, W. Welke trainingsmethode heeft het Nederlandse voetbal nodig? Kapot gaan of periodiseren? Geraadpleegd op 11 december 2017 van https://www.volkskrant.nl/sport/welke-trainingsmethode-heeft-het-nederlandse-voetbal-nodig~a4478758/